Emigratieboek.nl - Blog van Pieter Mans - Volgende week misschien...







   
Zoek op deze site:
Blog van Pieter Mans - Volgende week misschien...

Week 16 - Zweden, Afrika


Een aantal jaar geleden was ik in Afrika voor een bruiloft. We vlogen met Transvertragia naar Gambia en vanaf het vliegveld van Banjul reden we met auto’s verder naar de Casamance-regio in Senegal. De toestand van de wegen was tussen oké, redelijk en niet te best. Maar hé, dit was Afrika en daar verwacht je geen geasfalteerde autosnelweg tussen Abene en Diouloulou.

Anders is dat hier in midden-Zweden. We betalen echt niet te veel wegenbelasting, krijgen zelfs korting omdat we ‘in de jungle’ wonen, maar verwachten wel een behoorlijke standaard van de wegen. En zeker, naast een goed uitgebouwd geasfalteerd wegennet heb je hier ook nog behoorlijk wat ‘grusvägen’, zand/grindpaden. Dat klinkt logisch voor een enorm land met weinig inwoners.


 Sysslebäck ligt in het dal van de rivier de Klarälven. De rivier meandert hier dromerig tussen twee heuvelruggen door vanaf Långflon, de Noorse grens, tot Hammerö onder Karlstad, waar hij in het gigantische Vänner-meer stroomt. Naast die rivier heb je aan de oostzijde de doorgaande weg 62 en enkele huizen en dat is het. Om de paar huizen aan de westkant te bereiken zijn zelfs enkele bruggen over de rivier gemaakt, verder zijn het voornamelijk zand-grindpaden. Niets bijzonders dus.

Tot die vrijdag in april. Niet dat de temperatuur ineens tot de twintig plusgraden schoot, maar een iets boven nul met een krachtige zonneschijn liet de sneeuw letterlijk voor de zon smelten. De sneeuw, die nog tot aan de bovenkant van ons tuinhek stond en dus een laag van meer dan een meter vormde. En dat dus overal. Het is duidelijk, in no-time smolt een meterdikke laag sneeuw in vele, vele liters water, die richting rivier stroomde. De natuur is echt niet ingewikkeld, we weten dit al jaren. Maar toch is het gemakkelijk om er minder rekening mee te houden. Om te besparen is ook hier wegonderhoud verminderd. Alleen kun je je afvragen wat dat daadwerkelijk oplevert, want die mooie vrijdag in april dreigde een deel van de weg dus gewoon weg te spoelen. Het gevolg was natuurlijk een afgesloten weg 62 tussen Ransby en Sysslebäck.

Pas op dat moment werd ik me bewust van het belang van die weg. Het is een echte levensader voor het dorp, voor heel het Klarälvsdal tussen Stöllet, de kruising met de 45, en de Noorse grens bij Långflon. De vrachtwagens met hout, de vrachtwagens met onze goederen, de toeristen die vanuit het zuiden naar de wintersportgebieden rijden, de grenspendelaars die vanuit onze regio naar Noorwegen rijden…. In één klap was het stil in Sysslebäck. En zoals u begrijpt, een behoorlijke economische klap voor ons als restaurant. De hotelgasten die al hadden geboekt zochten wel een alternatieve route om hier te komen.

Die alternatieve route was nou juist het probleem. Een echt goed alternatief is hier namelijk niet. Vanuit Torsby werden de mensen via een ontzettend slechte weg naar Bograngen gestuurd. Tussen Bograngen en Sysslebäck was ook een gedeelte van de weg (afgelopen zomer nog opgelapt!) afgesloten wegens wegspoelgevaar. Een omweg van flink wat kilometers. Halverwege de weg via Hjällstad nemen hebben we ook één keer geprobeerd. Een geasfalteerde weg met meer gaten en kuilen en bobbels dan een gemiddelde luxe wagen en zijn of haar bezitter lief is. Wie de normale weg naar Ransby nam, werd daar via de brug naar de westkant gestuurd tot de volgende brug bij Sysslebäck. En dat was nou juist het probleem. De weg aan de westkant is zo’n smal zand-grindpad. Gemaakt voor de paar aanwonenden die daar wellicht een keer per dag over heen rijden. En dus niet voor ‘normaal’ verkeer van noord naar zuid en tegelijkertijd van zuid naar noord. Dan moet je elkaar passeren bij de M-bordjes, (nee, niet het metrostation), waar de weg iets breder is. Laat staan dat de weg gemaakt is voor vrachtwagens met aanhangers beladen met tonnen hout, postwagens, grote luxe wagens met aanhangers etcetera. Gevolg was een modderpad waar je het modder tegen de bodem hoort schrapen, het antisliplampje knippert de hele tijd waar je ook nerveus van wordt, je glijdt naar links en naar rechts zonder dat je er iets aan kunt doen, hobbelt en bobbelt, hangt schuin, bent bang om te kiepen en dat je komt vast te zitten. Eén voordeel, je bent niet alleen. Wat is het beste te doen? Vol gas door de modder of juist heel rustig aan? Eén ding weet ik zeker, niet stilstaan, dan is het bekeken. Tja, en toen dacht ik weer aan de Afrikaanse wegen. Midden in Zweden.

Vanmiddag, acht dagen na de afsluiting, is weg 62 weer beperkt geopend. Een zucht van verlichting. En respect voor de weg. Er is slechts een klein stukje afgezet waar je ziet dat het asfalt scheurt en gevaarlijk helt richting afgrond. Dat geeft niet echt een veilig gevoel voor de rest van de weg… Maar het maakt me niet uit. Ik mopper niet. Ik geniet van de weg en de omgeving. De modder heb ik van de auto en uit de wielen en wielkasten gespoten, de zomerbanden zitten er weer op. Ik hoef hier geen 200 km/u te rijden, maar hoe lang en hoe kort acht kilometer kunnen zijn!

bekijk de beelden van de kapot gereden wegen



Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties


Ik heb zoveel over zweden gehoord,mijn vader heeft ook in 1973 voor korte in stockholm gewoond,maar hij vond in zweden niet zo leuk,,,waarom niet dat heeft hij nooit verteld, ik wil graag naar zweden immigreren

M,Y,Butt


Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Roland en Barbara van Zeijl
A journey of a 1000 miles


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden