Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Wij reizen niet om te ontdekken, maar om te zien wat er ontdekt is - (?)


Twee weken sinds ons laatste blog. In de tussentijd zijn we, letterlijk en figuurlijk, meerdere stations gepasseerd. De afgelopen dagen waren we in Hangzhou, een groene stad aan een meer. Na bijna een week lang gedeeld sanitair was het fijn om weer een kamer met eigen badkamer te hebben. Tot nu toe hebben we vooral onze persoonlijke indrukken van dit immens grote land verwoord, tijd om deze keer de bezienswaardigheden aan bod te laten komen.

Ons startpunt Qindao was geen gemiddelde Chinese stad, zoals wij die tot nu toe hebben gezien. De havenstad met de duidelijk aanwezige Duitse koloniale historie is bescheiden van omvang (met ‘slechts' 1,73 miljoen mensen echt een provinciestadje) en heeft enkele niet-noemenswaardige bezienswaardigheden.

In Qufu, de kleinste stad die we tot nu toe bezocht hebben (85.700 inwoners), bekeken we het huis van de machtige en rijke nazaten van Confucius en één van de vele Confuciustempels in China. Beide waren niet spectaculair, maar een mooie ‘opstap' naar de bezienswaardigheden in Beijing. Van Beijing (met zijn 15,6 miljoen inwoners) hebben we genoten. Het ‘Tempel van de Hemel-park' is een enorm park met bezienswaardigheden in de vorm van tempels, paleisachtige gebouwen, kleine musea en vooral ook relaxende Chinezen. Op meerdere plaatsen hadden zich groepen mensen verzameld voor allerlei activiteiten: kaartspelletjes, ‘rummy-cup', operaliederen zingen, tango- of salsadansen, voetballen met een soort badmintonshuttle, je kunt het zo gek niet bedenken. We keken onze ogen uit en waren aan het eind van de dag doodmoe: van het lopen door de kilometers lange lanen, maar vooral van de verbluffende herrie. Bij vrijwel alle activiteiten wordt namelijk gebruik gemaakt van geluidversterkers en die moeten erg hard staan...anders kom je immers niet over het geluid van de naburige zang- of dansgroep heen .

De volgende dag maakten we op een huurfiets we een tocht door de hutongs (typische Beijingse volkswijken met kleine straatjes en lage huisjes) en langs verschillende bezienswaardigheden en parken (waarvan één zelfs met dino-show). Altijd leuk om zo een grote stad te verkennen, omdat je in korte tijd relatief veel ervan ziet.

De omvang van de Verboden Stad en de enormiteit van de muren, gebouwen en pleinen maakten indruk. We vonden het wel jammer dat de interieurs, met de mooie antieke meubels en kunstvoorwerpen daarin, slecht zichtbaar waren. De gebouwen, die zich binnenplaats na binnenplaats over het terrein uitstrekken, lijken qua bouwstijl en indeling allemaal veel op elkaar, maar door het beperkte zicht naar binnen (onder andere door de vuile en spiegelende ruiten waar je doorheen moet kijken en waar iedereen met zijn vette handen en neuzen tegenaan staat) misten we veel van de grandeur van het interieur. Toch nog maar eens ‘The Last Emperor' downloaden als we weer thuis zijn...

De dagtocht naar de Grote Muur, bij Badaling voor de kenners, was een hoogtepunt. We hadden geluk, want het was die dag mooi helder en zonnig weer en dat komt niet veel voor in dit van smog vergeven land (we hoorden later van andere reizigers dat zij een erg heiige dag hadden getroffen en slechts zo'n 200 meter ver hadden kunnen zien). De muur is in alle opzichten enorm: hoog, lang en steil! Dat hadden we niet verwacht en het was dus een behoorlijke conditietraining om een ‘wandelingetje' naar de verschillende wachttorens te maken. Maar het uitzicht op de zich door het landschap slingerende muur maakte alles goed!

Op de laatste dag in Beijing bekeken we de mummie van Mao in zijn mausoleum (het leek wel Mme. Tussauds), de omgeving van het Tianmen plein met leuke winkelstraatjes en de Lamatempel. De foto's hebben jullie inmiddels gezien.

Na Beijing ging de reis noordwaarts, naar Chengde (457.000 inwoners). Het voormalige keizerlijke zomerverblijf in de heuvels is nu feitelijk een heel groot recreatiepark, waar je kunt wandelen, bootje varen, rondrijden in één van de onvermijdelijke elektrische wagentjes (een soort 12-persoons golfcart, die je hier bij vrijwel alle bezienswaardigheden aantreft). Hoewel het zomerpaleis de sterattractie van de stad is, waren wij veel meer gecharmeerd van de Puning- en de Putuozhongcheng-tempel. Beide zijn heel karakteristiek en mooi in het landschap gelegen, waarbij de laatste gebouwd is naar het voorbeeld van het beroemde Potala-paleis in Lhasa (Tibet). Erg sfeervol en bovendien heerlijk om heel even een attractie te bezoeken die niet overspoeld wordt door toeristen (voornamelijk Chinese overigens).

Via Beijing reisden we vervolgens naar het afschuwelijke Datong (1,1 miljoen inwoners). Hoewel er overal in China enorm veel gebouwd (en afgebroken!) wordt, spande deze stad de kroon met talloze bouwputten, open riolen en wegomleggingen. Bovendien startte blijkbaar net de uitverkoop, hetgeen in de winkelstraten ontaardde in een enorme herrie van geluidversterkte verkoopsters, die met schelle stemmen keihard hun waren aanprezen. Gelukkig lag ons doel niet in de stad maar daarbuiten: de Yungang-grotten. We moesten even slikken bij het zien van de prachtige (?) marmeren wandelboulevard, die men langs deze topattractie heeft aangelegd (bij grotten verwacht je dat niet zo...), maar desondanks waren de in de grotten uitgehakte Boeddha's en de fresco's beslist de moeite waard.

Pingyao (450.000 inwoners) was fantastisch, dé aanrader van een reis naar China wat ons betreft. Het ommuurde stadscentrum is nog vrijwel geheel in oude (dan wel gerenoveerde) stijl bewaard gebleven en daardoor erg pittoresk en sfeervol, ondanks het hoge toeristische gehalte. Het hele gebied binnen de muren is te belopen en auto's zijn dan ook uit het centrum verbannen. Met een tweedaags entreebewijs voor het hele centrum kun je alle bezienswaardigheden bezoeken. Die bestaan uit een grote Confuciustempel en (voormalige) -school, een Taoïstische tempel en zo'n 18 grote en kleine musea in de vorm van te bezoeken panden. Die panden hadden vroeger allemaal een verschillende functie en zijn conform ingericht: een overheidskantoor (waar onder andere belastingen werden geïnd, recht werd gesproken en de boeven in het gevang werden gestopt), een handelsbank, een koopmanshuis, een beveiligingsfirma, enzovoort. Alles in het teken van de handel en aanverwante activiteiten, waarmee Pingyao destijds groot en welvarend geworden is.

In Xi'an (4,5 miljoen inwoners) bezochten we het beroemde terracottaleger van keizer Qin Shi Huang. Deze in 1974 ontdekte historische schat ligt verdeeld in 3 grote hallen, waarin nog steeds archeologische werkzaamheden plaatsvinden. Voor vertrek uit NL waren wij in Leiden naar het museum van Land- en Volkenkunde geweest, naar een tentoonstelling over het terracottaleger. Daar werd ook een prachtige documentaire van de BBC over de historie ervan vertoond werd (mocht die tentoonstelling er nog zijn: een aanrader voor geïnteresseerden!), waarbij de film die de Chinezen in Xi'an over hetzelfde onderwerp draaien, ondanks de omniversum-uitvoering, volledig in het niet viel. Het terracottaleger zelf, dat in marsformatie in een enorme hal opgesteld staat, maakte indruk. Stuk voor stuk prachtige gedetailleerde beeldhouwwerken met verfijnde gezichten en een eigen karakter, ondanks de massale wijze waarop zij destijds geproduceerd zijn. Wij hadden ons vooraf niet gerealiseerd dat vrijwel alle beelden, die de archeologen hebben aangetroffen, kapot of onvolledig waren. Het leger dat nu tentoongesteld is bestaat uit gerestaureerde beelden van krijgers en paarden, maar het resultaat is er niet minder om net zo min als de prestatie van eeuwen geleden om het leger te vervaardigen.

De volgende dag maakten we een lange wandeling over de imposante stadmuren van Xi'an en dwaalden we door de straatjes van de moslimwijk. De Grote Moskee bleek een nauwelijks van een Chinese tempel te onderscheiden complex, waarin alleen de Arabische teksten op de muren blijk gaven van een ander geloof. Een mooie fusie tussen islam en de Chinese cultuur!

Na een rustige rit met de nachttrein arriveerden we 's morgens vroeg in Shanghai (19 miljoen inwoners). De regen nodigde niet uit tot sightseeën, Roland was herstellende van en ik net getroffen door een flinke verkoudheid, dus benutten we de dag grotendeels om vervoer en accommodatie voor de komende weken te regelen. Lang leve internet! Laat in de middag toch nog even op pad gegaan en de Shanghai Urban Planning and Exhibition Hall bezocht (was dichtbij het hostel) om een kijkje te nemen in het Shanghai van de toekomst. Geen idee of het aan de stromende regen lag, maar we vonden er niks aan. Wel tevreden waren we over de Foreign Language Bookstore, waar we een Lonely Planet reisgids van Nepal wisten te bemachtigen. We hadden inmiddels, na diverse vergeefse pogingen om ons aan te sluiten bij een reisgezelschap, besloten om Tibet te laten voor wat het is. Er doen geruchten de ronde (die overigens niet officieel bevestigd zijn tot op heden) dat alle buitenlandse toeristen op 1 oktober Tibet uit moeten zijn. De eerste week van oktober is een nationale feestweek in China, dus het zou goed kunnen dat de Tibetanen die aangrijpen om demonstraties of andere acties te organiseren, waarbij westers publiek niet welkom is. Reisbureaus annuleren daarom blijkbaar nu bij voorbaat hun geplande reizen en in andere gevallen boeken reizigers blijkbaar niet zodat er onvoldoende deelnemers zijn. Na nog een poging om het via een Chinees reisbureau te organiseren (moeilijk, moeilijk, moeilijk) hebben we het opgegeven en besloten om rechtstreeks vanuit China naar Nepal te gaan, het vliegticket is inmiddels geboekt.

De volgende dag scheen de zon in Shanghai en maakten we een stadswandeling, grotendeels over de Bund (de beroemde boulevard langs de rivieroever met de prachtige panden van rijke handelshuizen en banken, veel in Art Deco-stijl) en de directe omgeving. Aan de overkant van de rivier ligt het zakencentrum met zijn wolkenkrabbers en moderne gebouwen. Ook bezochten we de leuke straatjes van de voormalige Franse Concessie, met een museum en het pand waar ooit het eerste congres van de Chinese Communistische Partij plaatsvond. Ironisch genoeg blijkt om de hoek nu een Rolls Royce-dealer gevestigd te zijn...

En dan Suzhou (1,6 miljoen inwoners): wat te zeggen over het ‘Venetië van China'? Wij zagen het er niet aan af. Wel aan Tongli, een kleinere plaats zo'n 20 km ten zuiden van Suzhou, dat doorsneden wordt door kanalen en zo de stad in eilandjes verdeelt. Suzhou staat bekend om zijn kenmerkende tuinen, die aangelegd zijn in een stijl die overal in China door keizers en rijken is nagebootst. Wij zijn er nog steeds niet uit of wij deze vorm van tuinarchitectuur, die we in verschillende tuinen met prachtige namen (zoals de Tuin van de Nederige Administrateur of de Tuin van de Meester van de Netten) mooi vinden, in ieder geval is hij bijzonder. Mogelijk dat ook de drukte in de tuinen ons, rustzoekers, afgeleid heeft van de schoonheid ervan, bekijk onze foto's en oordeel zelf... Mooi vonden we in ieder geval het Suzhou museum, dat ontworpen is door de bekende architect I.M. Pei en dat haar historische kunststukken prachtig tentoonstelt. Ook het zijdemuseum (waar werkelijk geen toerist te bekennen was) vonden we heel bezienswaardig, maar de Pagode leek nogal krakkemikkig zodat we ons niet naar de bovenste etage waagden en op enig moment de behoefte voelden om snel weer af te dalen.

En zo komen we dan uit bij Hangzhou (6,2 miljoen inwoners) en de titel van dit blog -we zijn even kwijt wie deze uitspraak deed...-: we reizen niet om te ontdekken, maar om te zien wat er ontdekt is. Dat hebben we ervaren in Hangzhou. Onze verwachtingen van deze door heuvels omgeven stad aan het meer waren hooggespannen, omdat (ook) het landschap van Hangzhou beroemd is om zijn schoonheid, onder meer blijkens het Chinese gezegde: in de hemel is het paradijs, op aarde hebben we Suzhou en Hangzhou. Net zoals Suzhous tuinen is de setting van het meer van Hangzhou vaak nagebootst in tuinen, tot in Japan aan toe. Het meer is inderdaad heel mooi en gelegen in een kom van groene heuvels. Maar... het is niet natuurlijk, het is door mensenhand aangelegd in een voormalig moeras en omgeven door (prachtig aangelegde, maar: aangelegde) parktuinen. Aan de oostkant ontsieren de moderne stadsblokkendozen de weerspiegeling van de omgeving in het meer. Daarentegen werden wij wel plezierig verrast door een bezoek aan de Lingyin-tempel, die slechts terloops in de toeristische informatie wordt genoemd, maar omgeven wordt door mooie Boeddha-grotten in hun natuurlijke setting. En zo zie je maar dat wat voor de één een ontdekking is, voor de ander niets meer (maar ook niets minder!) dan een mooie omgeving hoeft te zijn en vice versa.

Onder aangenaam verpozen kijken wij dus uit naar onze volgende persoonlijke ontdekkingen!


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties
Er zijn nog geen reacties op deze column.

Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden